Scholieren en Studenten fonds

2003

In het schooljaar 2002-2003 is gestart met het Scholieren Adoptie Project (SAP). Dit is later hernoemd tot het Scholieren en Studenten Fonds. Voor € 350,- per jaar sponsoren ‘adoptie’-ouders in Nederland een scholier in Burkina Faso. Het gaat om dorpskinderen die anders geen vervolgonderwijs kunnen volgen. Het kind kan nu naar het voortgezet onderwijs in de stad. De adoptieouders ontvangen een foto van het kind en jaarlijks een brief. In 2002-2003 hebben 6 scholieren aan het project kunnen deelnemen.

2004

In het schooljaar 2003-2004 is het project uitgebreid met nog eens 7 scholieren, totaal 13 scholieren. In 2004 is het aantal deelnemende scholieren gegroeid tot 18.

2005

Begin 2005 ontvingen we het trieste bericht dat een van de kinderen was overleden aan een onbekende ziekte. Twee meisjes zijn zwanger geraakt en in juli en september bevallen. DSF heeft er voor kunnen zorgen dat deze meiden na de bevalling weer terug konden keren naar school, wat heel ongebruikelijk is. De kosten voor babyvoeding worden door de WOL gefinancierd.

In het schooljaar 2005-2006 is het aantal deelnemende scholieren gegroeid tot 23, 11 jongens en 12 meisjes. In oktober zijn 2 jongens afgestudeerd aan de landbouw en technische school. Zij hebben nog eenmaal het bedrag van hun sponsor ontvangen om gereedschap en andere benodigdheden te kunnen kopen om een eigen bedrijfje te starten. Een andere jongen redde het niet op school. Hij is in de leer gegaan bij een koopman en volgt een avondcursus.

Veel kinderen wonen ver van school. Zij komen daardoor vaak te laat en hebben onvoldoende tijd om huiswerk te maken. Om dit tegen te gaan hebben 20 scholieren een fiets ontvangen.

2006

In het schooljaar 2005-2006 maakten 23 jongeren deel uit van het project. Onder hen waren de drie jongeren die reeds klaar waren met hun opleiding, maar nog eenmaal het sponsorbedrag hebben ontvangen om een bedrijfje op te kunnen zetten. Een jongere moest door persoonlijke omstandigheden de school verlaten. Het schooljaar 2006-2007 is begonnen met de 19 overgebleven scholieren plus 9 nieuwelingen, totaal 28 deelnemende jongeren. De nieuwelingen hebben allen aan het begin van het schooljaar een fiets ontvangen om naar school te gaan.

Tijdens het bezoek aan Burkina Faso was er een ontmoeting met 22 jongeren op het kantoor van DSF. Hier werd de meerwaarde van het project duidelijk. In Burkina is een groot gebrek aan geschoold kader, aan mensen die leiding kunnen geven aan projecten die de armoede kunnen bestrijden. De jongeren van DSF ontvangen niet alleen het normale voortgezet onderwijs, zij worden daarnaast door DSF extra getraind om leidinggevende posities in te nemen. Verschillende jongeren zitten in leerlingenraden. Op de dag van ons vertrek ontving een van de afgestudeerde jongeren uit handen van de Minister van Jongerenzaken en Werkgelegenheid een prijs voor zijn inzet om in Yatenga de werkeloosheid onder jongeren te bestrijden. Een prachtig resultaat!

2007

In het schooljaar 2006-2007 maakten 28 jongeren deel uit van het project, 16 meisjes en 12 jongens tussen de 12 en 20 jaar. Zij volgen algemeen voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs op scholen in Ouagadougou, Ouahigouya en Tangaye. De kinderen zijn allen afkomstig uit dorpen in de provincie Yatenga. Met ingang van schooljaar 2006-2007 heeft DSF nieuw aannamebeleid ontwikkeld.

Voorheen wilden zij de meest kansarme kinderen een kans geven, maar dit was een brug te ver. Een groot deel van de kinderen bleek te zwak om met succes het onderwijs te kunnen volgen. DSF laat kinderen nu eerst een capaciteitentest doen. Dit had een positief effect op de resultaten aan het einde van het schooljaar in juli 2007: van de 9 nieuw gestarte leerlingen is slechts 1 meisje blijven zitten in de eerste klas. Het meisje dat eindexamen van het lyceum deed is helaas niet geslaagd. Negen andere leerlingen zijn blijven zitten. Achttien leerlingen zijn naar een hogere klas gegaan.

In het schooljaar 2007-2008 is het project weer uitgebreid met 7 nieuwe jongeren. In totaal 35 scholieren nemen nu deel aan het project: ƒ9 eerstejaars leerlingen ƒ15 tweedejaars leerlingen ƒ3 derdejaars leerlingen ƒ3 vierdejaars leerlingen ƒ3 vijfdejaars leerlingen ƒ1 leerling in de examenklas van het lyceum ƒ1 leerling volgt een naaicursus De nieuwe leerlingen kregen aan het begin van het schooljaar een fiets, een tas met schoolmateriaal, toiletspullen en een olielamp om ’s avonds huiswerk te kunnen maken

2008

In het schooljaar 2007-2008 maakten 35 jongeren deel uit van het project, 18 meisjes en 17 jongens tussen de 12 en 20 jaar. Zij volgen algemeen voortgezet onderwijs of beroepsonderwijs op scholen in Ouagadougou, Ouahigouya en Tangaye. 27 leerlingen zijn overgegaan naar een hogere klas. Acht leerlingen zijn blijven zitten. Dit zijn allen leerlingen die vòòr 2006 in het project zijn opgenomen. Vanaf 2006 laat DSF leerlingen eerst een capaciteitentest doen, voordat ze tot het project worden toegelaten. Voor drie van de acht zittenblijvers bood doorgaan met algemeen voortgezet onderwijs geen perspectief. Voor een jongen is een beroepsopleiding gezocht, een jongen is naar familie in Ivoorkust verhuisd en een meisje is door de ouders van school gehaald om te trouwen. Schooljaar 2008-2009 maken 40 jongeren deel uit van het project, 19 jongens en 21 meisjes. Zeven leerlingen zijn er nieuw bijgekomen. De zeven nieuwelingen zitten allemaal in het eerste jaar van het college op ons eigen onderwijscomplex Zoodo. De nieuwe leerlingen kregen aan het begin van het schooljaar een fiets, een tas met schoolmateriaal, toiletspullen en een olielamp om ’s avonds huiswerk te kunnen maken.

De 40 scholieren zijn zitten in de volgende leerjaren: ƒ

  • 7 eerstejaars leerlingen in het algemeen voortgezet onderwijs ƒ
  • 10 tweedejaars leerlingen in het algemeen voortgezet onderwijs ƒ
  • 11 derdejaars leerlingen in het algemeen voortgezet onderwijs
  • ƒ5 vierdejaars leerlingen in het algemeen voortgezet onderwijs
  • ƒ2 vijfdejaars leerlingen in het algemeen voortgezet onderwijs (lyceum) ƒ
  • 2 leerlingen in de examenklas van het lyceum ƒ
  • 1 leerling in de voorbereidende klas voor hoger onderwijs ƒ
  • 2 leerlingen in het beroepsonderwijs

2009

Schooljaar 2008-2009 maakten 40 jongeren deel uit van het project, 21 meisjes en 19 jongens. Helaas zijn 12 leerlingen aan het einde van het schooljaar blijven zitten. Een meisje heeft het project verlaten vanwege de zorg voor haar baby. Schooljaar 2009-2010 hebben we 45 jongeren, waaronder 6 nieuwe leerlingen. In totaal 22 jongens en 23 meisjes tussen de 12 en 23 jaar. De meesten volgen algemeen voortgezet onderwijs op een college of lyceum. Twee zitten er op een beroepsopleiding. Twee jongeren hebben hun middelbare school afgesloten, maar blijven opgenomen in het project. Zij studeren verder aan de universiteit en lerarenopleiding. Veel van de zittenblijvers van het vorige schooljaar zijn geplaatst in een klas op onderwijscomplex Zoodo. Dit zijn vooral de zittenblijvers die van hun oude school zijn weggestuurd vanwege te geringe prestaties of meiden met een baby. Op Zoodo krijgen ze een extra kans en speciale aandacht. Totaal 20 jongeren uit het SAP volgen nu onderwijs op Zoodo.

2010

Voor schooljaar 2010-2011 zijn er 47 scholieren en studenten geadopteerd. Er zijn twee nieuwe scholieren bijgekomen en een meisje is voortijdig met de school gestopt. Zij is getrouwd en heeft voor man en huishouding gekozen. Een meisje heeft het project succesvol afgesloten. Zij is volleerd naaister en heeft nog eenmaal het sponsorbedrag als startkapitaal gekregen om zich te installeren als naaister in Ouagadougou. De overige jongeren zitten op het voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, lerarenopleiding of universiteit. 24 zitten er op ons eigen onderwijscomplex Zoodo en 23 volgen onderwijs op een andere school in Ouahigouya, Tangaye, Zogoré of Ouagadougou.

2011

Schooljaar 2011-2012 maken 52 jongeren deel uit van het project. Het merendeel volgt onderwijs op Zoodo, enkelen zitten elders op school of op de universiteit.Een jongen heeft zijn beroepsopleidingmet succes voltooid en een startkapitaal gekregen om voor zichzelf te beginnen.Van de 9jongeren die nieuw zijn in 2011 zitten allen 8 op de lasschool op Zoodo. Het bleek dat er wel belangstelling was voor deze opleiding, maar veel ouders kunnen het schoolgeld niet betalen. Een jongen uithet project is van het college overgestapt naar de lasschool.Een nieuwe scholier in het project is naar het 1ste leerjaar van het college op Zoodo gegaan.

De 52 jongeren worden gesponsord door 47 adoptieouders in Nederland. DSF schrijft twee keer per jaar een rapportage over het verloop van het project en de schoolresultaten van de leerlingen. WOL, op haar beurt, houdt de ouders op de hoogte. De jongeren sturen minimaal 1 x per jaar een briefje naar hun adoptieouders. Indien gewenst kunnen de adoptieouders een brief terugschrijven.In 2011 heeft DSF de jongeren een training briefschrijven gegeven. De briefjes waren vaak nietszeggend en een teleurstelling voor de adoptieouders. Ook heeft WOL in 2011 een brief aan alle jongeren gestuurd namens de adoptieoudersover het schoolleven in Nederland. Deze aanpak heeft ertoe geleid dat veel jongeren inhoudelijk betere brieven zijn gaan schrijven.

Voor leerlingen uit kansarme families is het heel moeilijk om voortgezet onderwijs te blijven volgen. Geen leerling doorloopt het college of lyceum zonder een keer te zijn blijven zitten. Landelijk liggen de overgangspercentage rond de 65%. In ons project is dat niet anders. De voortijdige schooluitval is niet zo hoog. Wij geven de leerlingen nog een extra kans. Lukt het dan nog niet, dan proberen we ze te motiveren voor beroepsonderwijs. Bij meisjes is een zwangerschap de belangrijkste reden om voortijdig te stoppen met de opleiding. In Yatenga verlaat 12,5% van de meisjes voortijdig de school vanwege het moederschap. Ook in 2011 zijn er weer twee meiden zwanger geraakt. Bij jongens gaat het om gedrag of omdat zij met hun vader meegaan om werk in het buitenland te vinden.

De effecten van de scholierenprotesten en schoolsluitingen van februari 2011 zijn ook terug te zien in de resultaten van de leerlingen uit het SAP: slecht 50% van de deelnemende scholieren isbevorderd naar een hogere klas.Andereproblemenwaardoor het moeilijk is om goede resultaten te behalenzijn het gebrek aan verlichting in de huizen om ’s avonds huiswerk te kunnen maken en het gebrek aan schoolboeken. In 2011 hebben we aan de adoptieouders een vrijwillige bijdrage gevraagd om voor alle leerlingen een lamp op zonne-energie te kunnen kopen. Deze lampen zijn in februari 2012 meegenomen naar Burkina. We proberen zo veel mogelijk leerlingen uit het project op Zoodo onderwijs te laten volgen. Door de nieuwe bibliotheek beschikken we over relatief veel schoolboeken (voor Burkina-begrippen…)Een meisje zit in het derde jaar van de universiteit in Ouagadougou. Zij woont ver van de universiteit en was veel te veel reistijd kwijt waardoor zij nauwelijks aan studeren toe kwam. Voor haar hebben we een brommer kunnen kopen. In 2011 is 18.289 euro voor het scholieren adoptie project overgemaakt.

2012

Evenals schooljaar 2011-2012 hebben we ook in schooljaar 2012-2013 52 scholieren en studenten die een onderwijsbeurs of studiebeurs ontvangen. De beurs wordtbeschikbaar gesteld door adoptieouders die een of meer leerlingen ondersteunen. Schooljaar 2012-2013 hebben we voor alle 52 jongeren een adoptieouder. De adoptieouders hebben een of twee brieven en een foto van de jongere ontvangen.

In 2012 hebben 2 jongeren het project verlaten: een jongen omdat hij zijn beroepsopleiding heeft afgerond en een fokkerij is begonnen; een meisje uit het derde leerjaar omdat ze ging trouwen en niet meer naar school wilde.Voor hen in de plaats zijn twee nieuwe leerlingen opgenomen: een meisje uit het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs en een jongen op de lasschool. Twee meisjes die op het college zaten, hebben in 2012 een baby gekregen. Zij zijn overgeplaatst naar de modevakschool. Ook twee jongens zijn overgeplaatst. Zij zijn op het college meerdere keren blijven zitten en krijgen nu nog een kans om een beroep te leren. Zij zijn op de lasschool geplaatst.

In 2012 hebben 10 leerlingen hun BEPC (dipoma van het college) gehaald. Zij zijn allen doorgegaan naar de tweede cyclus van het voortgezet onderwijs. Twee meisjes, die overgegaan waren van het 6e naar het 7e leerjaar, hebben besloten om niet op te gaan voor het VWO diploma, maar over te stappen naar de opleiding tot leraar basisonderwijs (ENEP). Zij hebben hiervoor toelatingsexamen gedaan en zijn beiden aangenomen, de een op de ENEP in Ouahigouya en de ander op de ENEP in Fada N’Gourma, in het zuidoosten van Burkina. Een jongen heeft de lerarenopleiding dit jaar voltooid en is aangesteld als onderwijzer. Hij heeft nog een bedrag meegekregen als bijdrage in de kosten om zich bij zijn school te vestigen.Twee jongens zijn geslaagd voor hun VWO diploma (BAC) en zijn gaan studeren in Koudougou, de een geologie en de ander wis-en natuurkunde. Een meisje zat al in Ouagadougou op de universiteit. Zij heeft haar bachelor gehaald en gaat nu verder in de tweede fase van de studie Management en beheer. Voor haar onderzoek moest zij veel reizen en heeft daarom een brommer gekregen.

De studenten aan ENEP en universiteit krijgen een bedrag van 200.000 FR CFA (ruim 300 euro) uitgekeerd als bijdrage in de studiekosten. Dit bedrag krijgen ook de jongeren die hun opleiding voltooid hebben en starten met hun beroep. Alle leerlingen die in het voortgezet onderwijs zitten of een beroepsopleiding volgen hebben schoolkleding ontvangen en een tas met schoolmateriaal. Hun schoolgeld is betaald, evenals een abonnement op de schoolkantine, de schoolbibliotheek en het computerlokaal op onderwijscomplex Zoodo.

Bijna alle scholieren krijgen les op onderwijscomplex Zoodo. Omdat het schoolgeld op Zoodo relatief laag is, hebben we een extra docent aan kunnen stellen waardoor de klassen minder vol zijn en de leerlingen meerkans van slagen hebben. Voor de leerlingen uit de beroepsopleidingen worden de kosten voor stagebegeleiding betaald.Tijdens het bezoek Burkina in februari 2012 hebben we voor alle leerlingen een lamp meegenomen op een zonnecel. In Burkina is het al om 18.00 uur donker en in veel huizen is geen elektriciteit. Door de lamp kunnen de jongeren ’s avonds huiswerk maken.

2013

Schooljaar 2012-2013 hebben 52 jongeren een onderwijsbeurs of studiebeurs ontvangen. Deze beurs werdbeschikbaar gesteld door ‘adoptieouders’ in Nederland die hiervoor per jongeren minimaal 350 euro per jaar doneerden.

Ook voor onze adoptieleerlingen op het college en lyceum was het een moeilijk schooljaar. Van de 7 examenkandidaten van het college heeft alleen Limata het BEPC examen gehaald. De twee jongeren die opgingen voor het VWO examen (BAC) zijn allebei gezakt. Van de overige 23 leerlingen op het college en lyceum zijn er 17 overgegaan naar een hogere klas.

Mariam M. is gestopt met haar opleiding omdat ze een baby heeft gekregen. Van haar ouders moest ze naar haar dorp terugkeren. Ook Mariam G. is moeder geworden, maar zij probeert haar opleiding toch af te maken.

De tienerzwangerschappen onder meisjes op het college is in heel Burkina een groot probleem: 12,5% van de meisjes verlaat het college voortijdig vanwege een zwangerschap. Van de 23 meisjes in ons project waren er schooljaar 2012-2013 al 8 moeder. Zoénabo kreeg in september zelfs een tweeling. We proberen de jonge moeders zo goed mogelijk te ondersteunen, zodat ze toch hun opleiding af kunnen maken. Lukt het niet op het college, dan is onze naaiopleiding een goed alternatief. Helaas haken sommigen toch af.

Van de 12 jongeren op de lasopleiding (11 jongens en 1 meisje) hebben er 5 voldoende resultaten gehaald om over te gaan naar het tweede jaar. Een jongen, Guy, deed het zelfs zo goed dat hij nu al mocht deelnemen aan het landelijke examen CQP. Dit heeft hij gehaald en hij gaat in Ouagadougou zijn opleiding voor lasser vervolgen op een hoger niveau. Drie jongens van de lasopleiding kregen tijdens hun stageperiode de uitnodiging om bij de baas te blijven werken en hebben deze uitnodiging aangenomen. Een jongen was al eerder in het schooljaar gestopt omdat hij liever goud ging zoeken. Het enige meisje op de lasopleiding voelde zich toch niet zo thuis en wilde liever naar de naaischool. Maar helaas heeft ze besloten ook hier van af te zien.

De jongeren op vervolgopleidingen doen het goed. Tidiani heeft zijn opleiding tot leraar voltooid en is met ingang van schooljaar 2012-2013 aangesteld als onderwijzer op een dorpsschool. Hij heeft het project verlaten. Saïdou en Salmata zijn in oktober begonnen met de lerarenopleiding. Azèta W. en Mariam P. hebben hun eerste jaar op de lerarenopleiding voltooid en lopen nu in het tweede jaar stage. Deze laatste twee hebben we tijdens ons bezoek in oktober 2013 opgezocht op hun stagescholen.Ook de jongeren op de universiteit doen het goed. Florence zit in het vierde jaar en is bezig met haar scriptie. Souleymane en Aboubakary zijn allebei naar het tweede jaar van de universiteit gegaan. Schooljaar 2013-2014 hebben we 49 jongeren in het project, waarvan 6 nieuwe. De meeste jonge-ren volgen hun opleiding op ons onderwijscomplex.

Studiefonds

Omdat er nu steeds meer jongeren van de middelbare school afkomen en willen gaan studeren, hebben we besloten om een studiefonds op te zetten. De adoptieouder van de jongere blijft de normale jaarlijkse bijdrage betalen, maar daarnaast werven we aparte donaties voor dit fonds. Hieruit kunnen dan extra studiekosten en/of extra voorzieningen, zoals een laptop of vervoermiddel voor de studenten, gekocht worden. In 2013 hebben we voor de drie studenten op de universiteit een laptop gekocht.

2014

In 2002 zijn we begonnen met 6 jongeren. Tot nu toe hebben 81 jongeren deelgenomen aan het pro-ject. 25 jongeren hebben het pro-gramma voortijdig verlaten door gebrek aan resultaten, huwelijk, moederschap of zijn van school ge-gaan om in de illegalen goudmijnen te gaan werken. Zevenjongeren hebben hun opleiding met succes beëindigd: vijf leerlingen van de beroepsopleidingen en twee jongeren die onderwijzer zijn geworden. DSF is heel trots op dit project omdat ze kansarme jongeren zo direct kunnen helpen. In juli 2014 hebben we een speciale Nieuwsbrief uitgegeven, waarin Moussa Sodré, de begeleider van dit project, vertelt waarom deze steun zo belangrijk is.

Schooljaar 2014-2015 hebben we 22 jongeren in het algemeen voortgezet onderwijs, 12 jongeren op een van de beroepsopleidingen, 1 jongere op een opleiding tot verpleegkundige, 4 jongeren op de opleiding voor onderwijzer en 6 jongeren op de universiteit. Daarnaast zijn nog twee jongeren inmiddels aangesteld als onderwijzeres op een dorpsschool. Zij hebben voor de laatste keer het bedrag van hun adoptieouder ontvangen om nog een extra certificaat te kunnen behalen. Ook twee jongeren van de beroepsopleidingen hebben een bedrag ontvangen om gereedschap te kunnen kopen om aan het werk te gaan.

2015

Schooljaar 2014-2015 maakten 49 jongeren deel uit van dit project en schooljaar 2015-2016 zijn het er 47. De terugloop van het aantal jongeren in het project komt doordat het voor WOL steeds moeilijker wordt om voor iedere jongere een adoptieouder te vinden. Voor 2016-2017 hebben 5 adoptieouders, na jarenlan-ge steun, besloten hun bijdrage te beëindigen. Dit betekentdat we ons beleid voor dit project moe-ten aanpassen.Schooljaar 2014-2015 hadden we voor het eerst 5jongeren in de examenklas van het zevenjarige lyceum zitten die hun hele schoolcarrière op Zoodo hebben gezeten. Zij zijn geen enkele keer blij-ven zitten en hebben allen hun BAC (VWO diploma) gehaald. Dit is een bijzondere prestatie voor een school in Burkina! Vierjongeren gaan verder studeren op de universiteit en een is er naar de onderwijzersopleiding gegaan.Helaas is studeren aan een publieke universiteit een langdurige kwestie. Voor onze nieuwe studenten hoorden de colleges in november te beginnen, maar dit werd telkens uitgesteld omdat de ouderejaars nog niet klaar waren. Dit kan nog wel tot maart duren. Zeer frustrerend voor onze enthousiaste studenten.Dit jaar hebben we een student opgenomen die een master studie doet aan een particuliere universiteit. Zijn studie wordt volledig door een donateur betaald.De kwaliteit en het studietempo op de particuliere universiteit ligt vele malen hoger dan op de publieke universiteiten.Jongeren die naar de universiteit gaan ontvangen een studiebeurs en een laptop.

Door het sluiten van de hoogste tweeklassen op onderwijscomplex Zoodo zijn vier leerlingen uit het scholieren adoptie programma in schooljaar 2015-2016 op een andere school geplaatst.Schooljaar 2015-2016 volgen de jongeren het volgende onderwijs:

  • 14 jongeren in de eerste t/m zevende klas van het lyceum, waarvan 8 meisjes,
  • 9 meisjes in het eerste t/m derde leerjaar van de naaiopleiding,
  • 2 jongens in het derde jaar van de lasopleiding,
  • 2 jongens in het eerste jaar van de opleiding autotechniek,
  • 2 jongens en 2 meisjes op de onderwijzersopleiding,
  • 1 meisje op de opleiding tot verpleegkundige,
  • 1 jongen en 1 meisje bezig met toelatingsexamentot een functie op een basisschoolvan de overheid,
  • 8 jongeren in het eerste t/m derde jaar van een universitaire studie, waarvan 1 meisje
  • 1 jongen volgt een master studie,
  • 1 meisje van de naaiopleiding en 3 jongens van de lasopleiding worden begeleid als startende ondernemer.

2016

Schooljaar 2015-2016 hadden we 47 jongeren opgenomen in het programma. Op twee na zijn ze allemaal overgegaan naar een hoger leerjaar of hebben hun diploma behaald. Schooljaar 2016-2017 kunnen we helaas maar 43 jongeren ondersteunen. Verschillende adoptie-ouders hebben besloten, na de voltooiing van de opleiding van hun pupil, geen nieuwe jongere meer te steunen. Het is WOL niet gelukt om voldoende vervangende ouders te vinden en we hebben helaas moeten besluiten minder jongeren in het programma op te nemen.De jongeren diealgemeen voortgezet onderwijs of een lagere beroepsopleiding volgen, doen dit allen op onderwijscomplex Zoodo. Twee meisjes, die vorig jaar hun basisdiploma hebben gehaald van de onderwijzersopleiding, lopen stage op Zoodo, in afwachting van hun toelatingtot het “Con-cour Publique” voor een aanstelling op een overheidsschool. Schooljaar 2016-2017 volgen twee jongens een opleiding tot onderwijzer basisschool en een meisje de opleiding tot verpleegkundige. De jongeren die in juli 2015 hun BAC (VWO diploma) hebben gehaald, zijn pas in maart begonnen met hun studie aan de universiteit. Door de slechte organisatie op de staatsuniversiteiten lopen alle studenten zo’n twee jaar vertraging op. De nieuwe studenten hebben een laptop gekregen om hun documenten en studiemateriaal op te slaan. Studieboeken zijn nauwelijks aanwezig op de universiteiten. De studenten downloaden materiaal van internet en kopiëren dit van elkaar.

Twee jongens hebben succesvol hun bachelor studie aan de universiteit afgesloten en wij hebben hen beloond met inschrijving op een particuliere universiteit om binnen twee jaar eenmastergraad in ontwikkelingseconomie te kunnen behalen.De jongeren die hun beroepsopleiding voltooid hebben, ontvangen en startset om een eigen bedrijfje te gaan beginnen. Tijdens schooljaar 2015-2016 zijn drie jongens van de lasopleiding en 1 meisje van de naaiopleiding een eigen atelier begonnen. Schooljaar 2016-2017 worden door Moussa, de begeleider van het programma, twee meisjes van de naaiopleiding en twee jongens van de lasopleiding ondersteund bij het opzetten van een eigen atelier.

2017

Schooljaar 2017-2018 kunnen we maar 38 jongeren ondersteunen door een teruglopend aantal adoptie-ouders. Vanaf 2002 hebben we 95 jongeren een kans kunnen bieden om uit de armoede te ontsnappen. 70% van hen was uiteindelijk succesvol, vaak na een moeizame schoolcarrière als gevolg van de armoedige omstandigheden en/of het slechte onderwijssysteem in Burkina. Twee jongeren hebben het zelfs tot een master-studie ontwikkelingseconomie gebracht.

 

Geplaatst in .