Alfabetiseringsprogramma PAAPE

Ouders zijn alleen gemotiveerd om hun kinderen naar school te sturen als ze zelf de voordelen van onderwijs ervaren hebben. DSF organiseert daarom alfabetiseringscursussen voor volwassenen, zodat zij hun kinderen gaan inschrijven op een school en de kinderen bij hun schoolloopbaan kunnen begeleiden. De alfabetisering bestaat uit een driedelige basiscursus waarin rekenen en lezen en schrijven in het Mooré geleerd wordt en een aanvullende cursus over specifieke onderwerpen als hygiëne, gezondheidszorg, milieu en landbouwtechnieken. Eventueel kan nog een vijfde cursus gevolgd worden waarin het spreken, lezen en schrijven in het Frans geleerd wordt.

Gealfabetiseerde volwassenen worden ingezet en verder getraind voor het functioneren in ouderraden, het ondersteunen van de onderwijzers bij hun taak, het beheer van ontwikkelingsprojecten in het dorp, leiden van gespreksgroepen, leiden van de crèches, etc. Voor vrouwen die actief zijn in vrouwenverenigingen heeft DSF voor identiteitskaarten gezorgd zodat zij vrij kunnen reizen naar bijeenkomsten in de stad en elders in het land

2004

Het alfabetiseringsprogramma maakte tot het cursusjaar 2003-2004 deel uit van het PASZR. Vanaf 2004 is het de bedoeling dat het gefinancierd wordt uit het nationale fonds voor de alfabetisering (FONAENF), maar de distributie van geld uit dit fonds loopt niet zo goed. In het cursusjaar 2004-2005 zijn alleen de alfabetiseringscentra operationeel die gefinancierd worden door de WOL vanuit het project ‘Onderwijs en voedselzekerheid’ en extra geld dat de WOL begin 2005 beschikbaar heeft gesteld voor de alfabetisering. In het cursusjaar 2004-2005 kunnen daarom maar 22 cursussen gegeven worden, tegen 63 cursussen in het vorige schooljaar.

2005

In november 2003 is begonnen met het project ‘Onderwijs en Voedselzekerheid’. In 2004 is dit project samengevoegd met het alfabetiseringsprogramma van DSF en uitgegroeid tot een structureel programma onder de naam ‘Programme – Agriculture – Alphabetisation – Petite Enfance’ (PAAPE).

De belangrijkste onderdelen uit dit programma zijn: ƒVolwassenen, vooral vrouwen, alfabetiseren en trainen in betere landbouwmethoden en beheer van projecten ƒBeschikbaar stellen van ‘modern’ gereedschap en hulpmiddelen voor de landbouw ƒToepassen van de nieuwe methoden en middelen op de akkers van de dorpsscholen om de schoolkantines van voedsel te voorzien ƒOpvang van jonge kinderen tijdens de cursus van hun moeder in de crèche en leidsters trainen in de opvoeding en zorg voor jonge kinderen ƒPromoten van het belang van crèches in andere regio’s. Het programma is zeer succesvol.

In 2005 heeft de WOL in 5 alfabetiseringscentra 2 keer een cursus van 60 dagen gefinancierd. Bij elk van deze centra is een crèche. In vergelijking met de overige alfabetiseringscentra van DSF lag het slagingspercentage onder cursisten hoger (93%) dan in centra waar geen crèches zijn (67%).

In 2005 zijn, naast de al bestaande crèches uit 2004, 2 nieuwe crèches opgezet. De planning was om 5 nieuwe crèches in 2005 op te zetten, maar de uitvoering van het programma heeft vertraging opgelopen door de voedselcrisis. (In januari 2006 zijn nog eens 5 crèches geopend, totaal 10 crèches)

De kinderen worden opgevangen door lokale leidsters die een training kinderverzorging, hygiëne en kindervoeding hebben gehad. Deze leidsters worden begeleid door een hoofdleidster. Om de bezoeken aan de crèches in de verspreid liggende dorpen mogelijk te maken is voor haar een brommer aangeschaft. Door deze aanpak is de sterfte onder jonge kinderen beduidend lager dan in dorpen waar geen crèche is. DSF is bezig om het opzetten van crèches bij alfabetiseringcentra te promoten in de rest van het land.

In 2005 zijn in verschillende regio’s van het land 5 promotie campagnes gehouden. In 2 dorpen waren de ouders zo ver dat ze met het nieuwe landbouw materiaal een flinke hoeveelheid bonen en pinda’s hebben kunnen oogsten voor de schoolkantines.

Voor dit project is € 22.850,- overgemaakt. De financiering van de crèches is mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de Stichting Katholieke Jongerenbelangen, Stichting Zonnige Jeugd, Paul Tensen Stichting en de Kiwanis West-Friesland.

2007

In 2006-2007 hebben 176 personen een training gevolgd. In het cursusjaar 2006-2007 hebben 2098 volwassenen zich ingeschreven voor een cursus uit het alfabetiseringsprogramma. 2040 hebben de cursus afgemaakt en 1902 volwassenen hebben een certificaat behaald. Opvallend is dat 78% van de cursisten vrouwen zijn.

In 2006-2007 waren 389 kinderen in de crèche opgenomen tijdens de cursus van hun moeder: 194 jongens en 195 meisjes. De kinderen krijgen een verrijkte kindermaaltijd in de crèche en worden aan het begin en eind van de cursus medisch onderzocht. Indien nodig worden de kinderen doorverwezen naar een gezondheidscentrum. De crèches hebben een gunstig effect op de gezondheid en het welzijn van de jonge kinderen. Ook op de studieresultaten van de moeders hebben ze een positief effect. Het slagingspercentage in alfabetiseringscentra met een crèche is gemiddeld 93%, tegen 82% in centra zonder crèche.

2016

In het jaar 2000 is DSF gestart met de alfabetisering van volwassenen op het platteland in de regio Noord. Dit eerste cursusjaar maakte onderdeel uit van het project Schapen voor Schoolmateriaal, een project om door middel van het beschikbaar stellen van een schaap een kind naar school te laten gaan. Dit was een project van WOL en DSF. In het project was het alfabetiseren van de ouders opgenomen om hen bewust te maken van het belang van onderwijs aan kinderen en om hen te trainen in het houden van een schaap in een hok. Vanaf 2001 maakte de alfabetisering deel uit van de programma’s die DSF met ICCO deed en vanaf 2003 werd dit steeds meer overgedragen aan het FONAENF, het nationale alfabetiseringsfonds.

DSF bouwde een grote expertise op dit terrein op met als hoogtepunt 105 centra in drie provincies met 2.975 cursisten in het jaar 2012, allen gefinancierd door het FONAENF. De cursussen worden aangeboden tussen januari en juli op verschillende niveaus. Een volledige cyclus duurt 5 jaar.Ieder centrum heeft rond de 30 cursisten, voornamelijk vrouwen. Zij leren lezen, schrijven en rekenen in hun eigen taal en leren de eerste beginselen van het Frans. Tijdens het aanleren van deze vaardigheden worden ook onderwerpen behandeld als verzorging en opvoeding van jonge kinderen, het belang van onderwijs aan kinderen, familieplanning, preventieve gezondheidszorg, gezonde voeding, verkeersregels, economische activiteiten en burgerschap. De basiscursus wordt aangevuld met specifieke training in land- en tuinbouw en (pluim)veeteelt. Het FONAENF is voor de vulling van haar fonds echter afhankelijk van buitenlandse donoren. De laatste jaren is de financiering steeds minder geworden en DSF kon dus steeds minder centra openen. Voor 2016 waren de voorspellingen nog somberder: DSF zou maar voor 16 centra in de provincies Yatenga en Loroum financiering krijgen. Hierop heeft WOL besloten om in 2016 nog 10 centra te financieren. Het is heel jammer dat de opgebouwde expertise en de investering in menselijk kapitaal verloren gaat.

Aan alfabetisering op het platteland is grote behoefte omdat nog steeds meer dan 50% van de bevolking niet kan lezen en schrijven, vooral vrouwen. De tien door WOL gefinancierde centra telden in totaal 313 cursisten, 299 vrouwen en 14 mannen. Aan het einde van de cursus was slechts een cursiste uitgevallen. 286 cursisten zaten aan het einde van de cursus op het vereiste niveau en hebben examen gedaan. Van hen is 92% geslaagd. Een zeer goed resultaat!

Dorpen die in aanmerking willen komen voor een centrum, zijn zelf verantwoordelijk voor de bouw van een cursusruimte. Dit is vaak niet meer dan een afdak van stro en omhult met wanden van oude cementzakken of, iets luxer, een hut van leem met een afdak van golfplaten. DSF zorgt voor de schoolbanken, het lesmateriaal en betaalt het salaris van de alfabetiseringsmedewerker en de supervisor.

De impact van de jarenlange investering in alfabetisering van de bevolking is enorm:

  • Mensen kunnen zelf informatie opzoeken en lezen en zijn niet meer afhankelijk van (malafide) bemiddelaars.
  • Ouders zijn het belang van onderwijs in gaan zien en bijna alle kinderen in de regio Noord gaan naar school. Meisjes worden hierin niet meer achtergesteld.
  • De kindersterfte is afgenomen doordat moeders nu beter weten hoe jonge kinderen verzorgd moeten worden. Dit hebben ze tijdens de alfabetisering geleerd.
  • De voedselveiligheid is verbeterd door kennis en toepassing van nieuwe land- en tuinbouw methoden en de productie van nieuwe gewassen. Hierdoor is de gezondheid van de bevolking verbeterden is de welvaart toegenomen.
  • De boeren hebben kennis van handelsprijzen en weten een eerlijke prijs voor hun producten te bedingen.
  • Gevaarlijke tradities als meisjesbesnijdenis, kindhuwelijken, gezichtsverminking en veroordeling voor hekserij worden meer en meer uitgebannen.

 

Geplaatst in .