Het niet formele onderwijssysteem

Het niet formele onderwijs (éducation non formelle) is bedoeld om het analfabetisme en de onwetendheid onder de bevolking te bestrijden door het aanbieden van cursussen en opleidingen, gericht op de lokale ontwikkelingsmogelijkheden. Het analfabetisme onder de volwassen bevolking (vanaf 15 jaar) is hoog: slechts 30% van de volwassen bevolking kan lezen en schrijven.

Het niet formele onderwijs is bedoeld voor kinderen (vanaf 9 jaar), jongeren en volwassenen die geen mogelijkheden hebben (gehad) om naar het formele onderwijs te gaan of die voortijdig de school hebben moeten verlaten. De cursussen en opleidingstrajecten worden gegeven in de nationale talen en het Frans.

Niet formeel onderwijs aan jongeren en volwassenen vanaf 15 jaar

Dit is bedoeld voor jongeren en volwassenen die niet de kans hebben gehad om naar de basisschool te gaan of de school voortijdig hebben verlaten. Het doel van deze vorm van onderwijs is het bestrijden van het analfabetisme en het aanleren van vaardigheden en technieken waarmee de eigen levensomstandigheden en die van de gemeenschap verbeterd kunnen worden. Ook moet het de bevolking bewust maken van hun rechten en plichten als burger en van het belang van onderwijs aan de nieuwe generatie, inclusief kleuteronderwijs en speciaal onderwijs aan kinderen met een beperking.

De cursussen worden gegeven in de Centres permanents d’alphabétisation et de formation (CPAF) door speciaal opgeleide alfabetiseringsmedewerkers / vormingsleiders. Een compleet centrum hoort te bestaan uit een of meer ingerichte lokalen met voldoende zitplaatsen voor cursisten en cursusleiding, kasten en een schoolbord. Daarnaast hoort aanwezig te zijn een crèche, documentatiemateriaal, een sportveld, een drinkwaterpunt, een kantine, latrines en een EHBO-kist. Het centrum moet beheerd worden door een comité of vereniging en inkomstengenerende activiteiten ontwikkelen om het centrum draaiende te kunnen houden. Er zijn echter veel te weinig centra. Veel cursussen worden gegeven in gammele bouwsels van leem en stro of in de schaduw van een boom. Een groot deel van de bevolking is zelfs niet eens in staat om de tijd te besteden aan de cursussen vanwege de zorg om het dagelijks bestaan. Een kantine (gratis verstrekken van maaltijden tijdens de cursus) en een crèche zijn noodzakelijke faciliteiten om de cursisten uit de meest kwetsbare huishoudens de kans te geven zich te ontwikkelen.

De meeste cursussen worden gefinancierd uit het FONAENF, het nationale alfabetiseringsfonds Ook vanuit de particuliere sector worden verschillende centra gefinancierd. In 2011 waren er landelijk 11.542 centra voor niet formeel onderwijs aan jongeren en volwassenen met 320.209 cursisten. Hiervan werden 9.191 centra met 259.030 cursisten gefinancierd uit het FONAENF.

De cursussen worden op verschillende niveaus aangeboden. Allereerst de basiscursussen alfabetisering. Daarna zijn verschillende keuzemogelijkheden voor voortgezette cursussen.

Alphabétisation Initiale (AI)

Dit is het eerste niveau voor deelnemers die nooit naar school zijn geweest. De deelnemers worden gealfabetiseerd in een van de lokaal gesproken nationale talen. De cursus is in 30 verschillende nationale talen beschikbaar. Groot probleem is echter dat er veel te weinig documenten geschreven zijn in de meeste nationale talen, waardoor de cursisten hun leesvaardigheden onvoldoende kunnen oefenen. De eerste cursus duurt over het algemeen 300 uur. De vakken die gegeven worden zijn: lezen, schrijven en rekenen in een nationale taal, geschiedenis en aardrijkskunde, biologie en burgerschap. Allerlei onderwerpen die van belang zijn voor het dagelijks leven komen in de lessen aan de orde: hygiëne, kinderverzorging en opvoeding, gezondheidszorg, familieplanning, mensenrechten, politiek, milieu, voedselproductie, etc. Wie de cursus met goed gevolg doorloopt kan doorstomen naar het tweede niveau.

Formation complémentaire de base (FCB)

Dit is het tweede niveau van alfabetisering. De cursus duurt over het algemeen 300 uur. Aan het einde doen de deelnemers een examen en als zij dit halen, worden ze gealfabetiseerd verklaard.

Apprendre le Français Fondamental et Foncionnel (A3F)

Gealfabetiseerde cursisten of voortijdige schoolverlaters met voldoende mogelijkheden kunnen zich de basisvaardigheden in het lezen, schrijven en rekenen in het Frans eigen maken. Het biedt hen de mogelijkheid om Franstalige documenten, boeken en kranten te lezen en tv programma’s te volgen. Ook praktische kennis met betrekking tot cultuur, wetenschap en techniek wordt onderwezen. Ouders met A3F zijn in staat hun kinderen te helpen met huiswerk. Het volledige traject duur 4 tot 5 jaar met 1200 tot 4200 uren les. Het eindniveau is gelijk aan dat van de basisschool en deelnemers kunnen doorstromen naar het formele post-primaire onderwijs.

Formation Technique Spécifique (FTS)

De cursus FTS is bedoeld voor gealfabetiseerde jongeren en volwassenen en voortijdige schoolverlaters. De cursisten leren hun schoolse vaardigheden toe te passen in het dagelijkse (actieve) leven en worden getraind in eenvoudige beroepen, zoals zeep maken, weven, verven, productie van pinda’s en sesam, verbeterde landbouwmethoden, etc. Per thema staat zo’n 300 uur les.

Culture Scientifique et Technique (CST)

Deze cursus borduurt voort op de verworvenheden van de FCB. Het doel van de cursus CST is tweeledig. Enerzijds om de in de basisalfabetisering geleerde kennis en vaardigheden en de lokaal aanwezige bruikbare kennis, vaardigheden en technieken in te zetten voor ontwikkeling. De cursisten worden bewust gemaakt van wat ze al kunnen en wat al aanwezig is binnen de cultuur en hoe dit verder verbeterd kan worden met lokaal aanwezige middelen. Anderzijds gaat het om het doorbreken van oude, traditionele denkpatronen door het opdoen van wetenschappelijke en technische kennis, vaardigheden en inzichten en het ontwikkelen van mogelijkheden om de nieuw verworven inzichten in te zetten voor ontwikkeling. Het gaat er om dat de cursisten leren beslissingen te nemen en te handelen op basis van kennis van zaken en niet omdat iets altijd zo geweest is binnen de cultuur en traditie. De cursus duurt over het algemeen 600 lesuren, verdeeld over twee jaar en bestaat uit 5 modules: taal, rekenen, gezondheid, landbouw /veeteelt /milieu en geschiedenis en aardrijkskunde. Onder de beste cursisten kunnen nieuwe alfabetiseringsmedewerkers geworven worden.

Niet formeel basisonderwijs aan jongeren tussen 9 en 15 jaar

Jongeren die te oud zijn om met de basisschool te beginnen, maar te jong voor de alfabetiseringscursussen voor volwassenen, krijgen een tweede kans op onderwijs in speciale klassen. In verschillende delen van het land wordt hiermee geëxperimenteerd. Er zijn verschillende mogelijkheden. De vormen van onderwijs worden aangeboden in de Centres d’éducation de base non formelle (CEBNF), de Ecoles communautaires (Ecom) of Centre Banmanuara (CBN). Voor de groep jongeren die overdag moet werken, zijn er mogelijkheden om ’s avonds naar school te gaan. Verschillende dorpsscholen hebben hiervoor verlichting op zonne-energie gekregen. Ook jongeren die overdag naar de Koranschool gaan of voor een marabout werken, kunnen ’s avonds naar de avondschool.

De jongeren worden gealfabetiseerd in zowel de lokale taal als in het Frans. Veel aandacht wordt besteed aan burgerschapsvorming, overdracht van culturele waarden en identiteit en het ontwikkelen van sociaaleconomische competenties. Er is een theoriedeel en een beroepsvoorbereidend deel. De cursus duurt 4 à 5 jaar. Het eindniveau van de CEBNF is gelijk aan dat van de basisschool. De jongeren kunnen doorstromen naar het formele post-primaire onderwijs of naar een beroepsopleiding. Omgekeerd kunnen ook jongeren die uitvallen op de gewone basisschool in deze vorm van onderwijs hun basisvorming afmaken. Leerlingen op de Ecom kunnen instromen in de vijfde (CM1) of zesde klas (CM2)van de basisschool, mits zij voldoende resultaat hebben behaald. Om in te kunnen stromen in CM1 moet de leerling een gemiddelde hebben van 12 punten uit 20 en om in te kunnen stromen in CM2 moet dit gemiddeld 13 uit 20 zijn.

In de CBN wordt onderwijs aangeboden voor jongeren (9-15 jaar) en volwassenen (15+). Het onderwijs is tweetalig (Frans en de lokaal gesproken taal) en duurt 4 jaar. Aan het einde kunnen de cursisten het examen van de basisschool doen en hun CEP halen.

Niet formeel beroepsonderwijs

Omdat er zo veel kinderen in het formele onderwijs buiten de boot vallen, worden er steeds meer alternatieve vormen van beroepsvormend onderwijs opgezet, zoals de ‘Centres de Formation et d’Apprentisage’ (CFA). Dit zijn praktische vormingscentra waar jongeren na de basisschool in twee of drie jaar leren om hun schoolse vaardigheden toe te passen in een activiteit om inkomsten te verwerven. Ook cursisten uit het niet formele basisonderwijs kunnen in dit beroepsonderwijs instromen. De centra zijn te onderscheiden in de ‘Centres de formation agricole et artisanale’ (lager landbouw en nijverheidsonderwijs) en de Centres d’apprentisage de métiers (lager beroepsonderwijs). Ook zijn er Ecoles des mille métiers. Deze werken meestal samen met een Centre d’éducation de base non formelle en biedt een vakopleiding voor jongeren na de basisschool of voor gealfabetiseerde jongeren.

Een andere vorm van beroepsonderwijs is het praktijkleren in een werkplaats of bedrijf. Het wordt gestuurd door een leer-werkcontract met wederzijdse verplichtingen voor de leerling en de ondernemer.

Ook werknemers en kleine zelfstandige ondernemers worden gestimuleerd om levenlang te leren en bij te dragen aan de perfectionering van hun beroep.

Leerlingen, werknemers en kleine zelfstandigen die op een van deze manieren een vak leren, kunnen hun vaardigheden verzilveren door het examen CQP (Certificat de Qualification Professionnel) af te leggen. Dit is een diploma waarmee de jongere of de werknemer aantoont zich de vereiste vakvaardigheden in een bepaald beroep eigen gemaakt te hebben. Na het behalen van het CQP kan vanaf 2013 het BQP (Brévet de Oualification Professionnel) gehaald worden, Dit diploma wordt gelijkwaardig gewaardeerd met het CAP of BEP en jongeren kunnen hiermee doorstromen naar het formele beroepsonderwijs.

Niet formeel onderwijs aan jonge kinderen tussen 0 en 6 jaar

Het belang van vroegkinderlijke ontwikkeling en voorschoolse educatie aan jonge kinderen wordt steeds meer erkend. De overheid van Burkina wil bijdragen aan de socialisatie van het jonge kind en stimuleert initiatieven voor taalstimulering in de nationale talen, opvoedingsondersteuning en ontwikkelingsstimulering op cognitief, psychomotorisch en sociaalaffectief gebied. De initiatieven liggen vooralsnog in de particuliere sector. Voorbeelden zijn de crèches bij de alfabetiseringscentra, de zogenoemde ‘garderies endogènes’.

Informeel onderwijs

Onder informeel onderwijs wordt verstaan allerlei educatieve en ontwikkelingsgerichte activiteiten die men zich terloops eigen kan maken. Te denken valt hierbij aan:

  • voorlichtingsbijeenkomsten en bewustwordingscampagnes
  • opzetten van politieke, religieuze en sociale discussiegroepen
  • activiteiten in verenigingsvorm
  • zelfhulpgroepen en comités
  • straattheater
  • massamedia
  • nieuwe informatie en communicatie technologie
  • evenementen en manifestaties