Het formele onderwijssysteem

Het formele onderwijs (éducation formelle) omvat kleuteronderwijs voor 3-6 jarigen, primair onderwijs voor 6-12 jarigen en post-primair onderwijs voor 12-16 jarigen, waarvan het primair en post-primair onderwijs verplicht is. Ook het secundair en hoger onderwijs valt onder het formele onderwijs.

Kleuteronderwijs (3-6 jaar)

Het kleuteronderwijs (éducation préscolaire of “bisongo”) is het eerste niveau van het formele onderwijs en bestaat uit drie leerjaren. In 2010 ging nog geen 3% van de kinderen naar de kleuterschool. Kleuteronderwijs is alleen in de stad aanwezig. Alleen kinderen uit beter gesitueerde families gaan er heen. In het kader van de rechten van het kind en het belang van vroegtijdige ontwikkeling van het jonge kind wordt kleuteronderwijs wel gepromoot. Kinderen die naar de kleuterschool gaan, leren daar al Frans en allerlei begrippen. Ze hebben daardoor een betere kans van slagen op de basisschool. Een van de aandachtsgebieden van het nieuwe nationale onderwijsprogramma PDSEB 2011-2020 is de ontwikkeling van het kleuteronderwijs en de vroegkinderlijke ontwikkeling.

Primair onderwijs (Basisschool voor 6-12 jarigen)

Het primair onderwijs vormt samen met het post-primair onderwijs het basisonderwijs dat verplicht is voor alle 6-16 jarigen. Het primair onderwijs is het tweede niveau van het formele onderwijs. In 2010 ging landelijk 77% van de kinderen naar de basisschool. De basisschool duurt 6 jaar en is verdeeld in drie fasen van elk twee jaar: Cours Préparatoire (CP1 en CP2), Cours Elémentaire (CE1 en CE2), Cours Moyen (CM1 en CM2). CM2 wordt afgesloten met een examen. Leerlingen die slagen voor het examen ontvangen het Certificat d’Etudes Primaires (CEP). De onderwezen vakken zijn taal (Frans en soms een nationale taal), rekenen, biologie, burgerschap, kunst en cultuur, geschiedenis en aardrijkskunde (inclusie zorg voor het milieu), beroepsoriëntatie en, indien mogelijk, informatie en communicatie technologie.

Kinderen van 6 tot 9 jaar kunnen starten met de basisschool. Ze kunnen tot en met hun 15e jaar op de basisschool blijven. Kinderen die hun CEP gehaald hebben kunnen naar het formele voortgezet onderwijs.

Post-primair onderwijs (College voor 12-16 jarigen)

Het post-primaire onderwijs is het derde niveau van het formele basisonderwijs. Na het behalen van het diploma van de basisschool (CEP) kunnen leerlingen toelatingsexamen doen voor het post-primaire onderwijs, zoals de eerste cyclus van het algemeen voortgezet onderwijs wordt genoemd. Slechts 32% van de kinderen stroomt door naar het post-primaire onderwijs. De meest voorkomende vorm is het Collège d’Enseignement Général (CEG). Dit duurt 4 jaar en wordt afgesloten met het Brevet d’Etudes du Premier Cycle (BEPC). Tegenwoordig is het ook in enkele plaatsen mogelijk om post-primair onderwijs in de avonduren te volgen.

In sommige steden wordt post-primair technisch en nijverheidsonderwijs gegeven aan het Collège d’Enseignement Technique (CET). Dit wordt na 4 jaar afgesloten met het Certificat d’Aptitude Professionelle (CAP). Men kan opgeleid worden voor beroepen in de nijverheidsindustrie als metselen, timmerman, loodgieter, kleermaker, metaalbewerker, elektricien, handelaar, transporteur, gezondheidsmedewerker, etc.

Gestreefd wordt om het kleuteronderwijs en het primair en post-primair onderwijs in een onderwijsinstituut onder te brengen. Naast de ingerichte gebouwen voor de drie verschillende niveaus dient zo’n complex omheind te zijn en te beschikken over een bibliotheek met schoolboeken, naslagwerken en andere leermiddelen, een schoolkantine, een gebouw voor de schooladministratie, een verpleegpost, praktijklokalen voor natuur- en scheikunde en biologie, een sportterrein, een drinkwatervoorziening, sanitaire voorzieningen en fietsenstalling. Als er ook nog beroepsonderwijs gegeven wordt, dan zijn ook hier praktijklokalen voor nodig.

Ook de introductie van een nationale taal in het formele onderwijs wordt ontwikkeld. Vanaf CM1 wordt het leren van de Engelse taal ingevoerd.

Het secundair onderwijs (Lyceum 16-20 jaar)

Leerlingen die hun BEPC hebben gehaald kunnen doorstromen naar het secundaire onderwijs. Dit wordt de tweede cyclus genoemd of enseignement secondaire général (ESG) en duurt 3 jaar. Het wordt afgesloten met het Baccalauréat (Bac). Het bereidt de leerlingen voor op het hoger onderwijs of een gespecialiseerde beroepsopleiding. Er zijn vier keuzepakketten: talen, economie, wiskunde en natuurwetenschappen en techniek.

De vakken die onderwezen worden zijn gelijk de vakken die in het Franse onderwijs worden gegeven: Frans, Engels, Duits, wiskunde en economie, natuurwetenschappen (natuur- en scheikunde, techniek) aardrijkskunde en geschiedenis, burgerschap, biologie (science de la vie et de la terre / SVT), sport en filosofie.

Leerlingen met een BEPC kunnen ook kiezen voor secundair technisch of beroepsonderwijs (Enseignemant secondaire technique et professionnel / ESTP). Leerlingen die voor techniek kiezen worden in 3 jaar voorbereid op een technische universitaire studie. Dit onderwijs wordt gegeven op een technisch lyceum en wordt afgesloten met het Baccalauréat technologique (Btn).

Leerlingen met een BEPC of CAP kunnen kiezen voor secundair beroepsonderwijs. Zij worden in twee jaar opgeleid voor het BEP (Brevet d’Etudes Professionelles). Hierna is nog een mogelijkheid om in 2 jaar het Baccalauréat professionel te halen. Dit ‘BAC pro’ geeft toegang tot het hoger beroepsonderwijs.

Leerlingen met een BEPC of BAC kunnen ook een korte intensieve beroepsopleiding doen van een jaar in een bepaalde studierichting zoals informatica, mechanica, elektriciteit, etc.

Een schooljaar in Burkina duurt van begin oktober tot half juli en is in drie trimesters verdeeld. De leerling ontvangt na ieder trimester een rapport waarin een gemiddelde wordt berekend over alle vakken. Aan het eind van het schooljaar wordt een gemiddelde over de resultaten van de 3 trimesters berekend en deze uitkomst bepaald of een leerling overgaat of blijft zitten.
Men hanteert een schaal van 0 tot 20. Onder de 10 is onvoldoende, 10-11 is voldoende, 12-13 is ruim voldoende, 14-15 is goed, 16-20 is zeer goed.

Hoger onderwijs

Een diploma van het lyceum (Bac) geeft toegang tot het hoger onderwijs. Tot het hoger onderwijs behoren de universiteiten, academies en hoge scholen. Aankomend studenten die niet hun Bac hebben gehaald, kunnen toelatingsexamen doen voor de academies en hoge scholen.

Universiteiten zijn er alleen in de grote steden (Ouagadougou, Bobo-Dioulasso, Koudougou). In verschillende provinciehoofdsteden vindt men de “Ecoles Nationales”, zoals de ENEP (Ecole Nationale des Enseignants du Primair / opleiding voor leraar basisonderwijs), de ENAM (Ecole Nationale d’Administration et de Magistrature / opleiding voor politiek en bestuur), ENP (Ecole Nationale de Police / Politieacademie), etc.

Speciaal onderwijs

Hoewel de overheid het recht erkend op speciaal onderwijs voor kinderen met een handicap of psychosociale problematiek, is er nog nauwelijks speciaal onderwijs voor hen ontwikkeld. In enkele steden zijn onderwijs- en vormingsinstituten voor speciale kinderen. In grote delen van het land rust nog een taboe op het hebben van een gehandicapt kind. Pedagogisch inzicht in het gedrag van kinderen en jongeren met leer- en gedragsproblemen is er nauwelijks.