Context

In 2000 hebben de lidstaten van de Verenigde Naties afgesproken zich in te spannen om voor 2015 de armoede in de wereld gehalveerd te hebben ten opzicht van 1990. Zij hebben hiervoor 8 doelstellingen opgesteld: de millennium ontwikkelingsdoelen. De overheden van rijke landen zouden kennis en middelen beschikbaar stellen en de overheden van arme landen zouden zich inspannen om het ontwikkelingsproces in hun land mogelijk te maken. Millenniumdoel 2 betreft het onderwijs: het streven is dat in 2015 alle mensen in de wereld ten minste basisonderwijs hebben gehad. Hieraan gekoppeld is millenniumdoel 3: gelijke kansen voor meisjes en jongens / mannen en vrouwen.

Ook de overheid van Burkina Faso heeft het verdrag ondertekend. In 2000 hebben zij een 10-jarenplan voor de ontwikkeling van de basiseducatie opgesteld (Plan Décennal de Développement de l’Education de Base / PDDEB). Doel is de kwaliteit, de duurzaamheid en het effect van de formele basiseducatie te verbeteren. Ook is opgenomen om de onderwijsachterstand van meisjes en vrouwen weg te werken. Een kwart van het budget van het PDDEB was afkomstig van de Nederlandse overheid (in 2010 was dit 7 miljoen euro). Naast het PDDEB heeft men het FONAENF (Fonds pour l’Alphabétisation et l’Education Non Formelle) opgezet. Doel hiervan is om initiatieven te ondersteunen die gericht zijn op de bestrijding van het analfabetisme en de onwetendheid onder die delen van de bevolking die buiten het formele onderwijssysteem vallen. In 2010 was ruim 10% van het budget van het FONAENF (3 miljoen euro) van de Nederlandse overheid afkomstig.

Helaas houdt de Nederlandse overheidssteun aan het onderwijs in Burkina Faso op. Ook vanuit de particuliere sector worden de bijdragen aan het onderwijs minder. De grote ontwikkelingsorganisaties (NGO’s) en de kleine particuliere initiatieven (zoals WOL) krijgen minder subsidie en kunnen dus minder doen. De gevolgen zijn desastreus, vooral voor de volwasseneneducatie en het tweedekans onderwijs. Begonnen in 2009 nog 75.000 mannen en 125.000 vrouwen aan de eerste alfabetiseringscursus, in 2010 waren dit nog maar 31.000 mannen en 57.000 vrouwen.

Vanaf 2000 is er in Burkina veel gebeurd op het gebied van onderwijsontwikkeling en gelijke kansen voor beide seksen in het onderwijs. Zo ging in 2000 nog maar 44% van de kinderen naar de basisschool. Onder de meisjes was dit 37%. Schooljaar 2010-2011 ging 77% van de kinderen naar de basisschool en was dit onder meisjes 75%. Het percentage volwassenen dat kan lezen, schrijven en rekenen in een van de nationale talen of in het Frans is opgelopen van 19% in 1996 naar 30% in 2010. Driekwart van de deelnemers aan de alfabetiseringscursussen zijn vrouwen.

Het onderwijs in Burkina Faso zit dus duidelijk in de lift en er wordt ontzettend hard gewerkt om de bevolking te ontwikkelen om de armoede te kunnen bestrijden. Als ontwikkelingsland spannen zij zich in om de millenniumdoelen te halen. Het is te hopen dat de westerse wereld hen niet in de steek laat.

Een nieuwe onderwijswet

In 2007 is in Burkina Faso een nieuwe onderwijswet aangenomen die betrekking heeft op educatieve activiteiten en opleidingen die in het land georganiseerd worden voor kinderen, jongeren en volwassenen. De wet geldt zowel voor overheid- als privéonderwijsinstituten en zowel voor algemeen vormend onderwijs als beroepsonderwijs. In de wet is onder meer vastgesteld dat iedereen verplicht is ten minste 10 jaar onderwijs te volgen en dat onderwijs verplicht is voor alle kinderen tussen de 6 en 16 jaar (dit was ook al in de onderwijswet van 1996 vastgelegd). Daarnaast wordt ook de voorschoolse educatie gestimuleerd aan kinderen van 0-6 jaar, onderwijs aan kinderen met een beperking, tweedekans onderwijs, beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

De wettelijke kaders zijn dus gelegd, maar de uitvoering in de praktijk in een van de armste landen in de wereld is er een van lange adem. Door de armoede en het tekort aan onderwijsvoorzieningen gaat slechts een deel van de kinderen naar school en is de voortijdige schooluitval hoog. In schooljaar 2010-2011 was 85% van de 7-jarige kinderen ingeschreven op een school. Slechts 52% van de kinderen voltooit de basisschool. 32% gaat door naar het college. Ook hier is de uitval hoog: slechts 18% haalt het diploma van het college en slechts 8% dat van het een lyceum. Slechts 1% van de jongeren bereikt het niveau van de universiteit. Hoe hoger de leeftijd, hoe groter het percentage kinderen dat niet naar school gaat. Het verwachte aantal jaren dat de huidige 7-jarigen op school zullen zitten is 6,3 jaren. (In Nederland is dit 16,8 jaren). Uit deze kleine groep geschoolde mensen moeten middenkader en hogere functies geworven worden voor onderwijs, gezondheidszorg, overheid en bedrijfsleven. De bottleneck is de doorstroom van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Slechts 12% van het onderwijzend personeel is gekwalificeerd om in het post-primair en secundair onderwijs les te mogen geven en slechts 1,3% is gekwalificeerd voor het middelbaar beroepsonderwijs. Ook zijn het vaak opgeleide leerkrachten die administratieve en bestuurlijke functies gaan bekleden op een onderwijsinstituut door gebrek aan speciaal daarvoor opgeleid personeel. Op alle niveaus en in alle branches is dus een groot gebrek aan gekwalificeerd personeel dat nodig is voor de ontwikkeling en armoedebestrijding in het land.

Met het aannemen van de nieuwe wet heeft de overheid onderwijs als nationale prioriteit gesteld. Voor de ontwikkeling van het land is het noodzakelijk dat de bevolking opgeleid wordt tot verantwoordelijke, productieve en creatieve burgers die voldoende competenties bezitten om hun eigen bestaanszekerheid te waarborgen en die een bijdrage kunnen leveren aan ontwikkeling en armoedebestrijding in het land. En dat er goed opgeleide personen komen voor de kaderfuncties om dit proces op alle niveaus van ontwikkeling en armoedebestrijding te kunnen besturen.

Omdat haar eigen middelen beperkt zijn, heeft de overheid ook de particuliere sector en buitenlandse en overigen onderwijspartners uitgenodigd om samen het onderwijssysteem in Burkina te ontwikkelen.

Het klassieke onderwijssysteem is nog een erfenis van het koloniale verleden en wordt in het Frans gegeven. Maar op steeds meer scholen en vormingscentra wordt het onderwijs afgestemd op de ontwikkelingsbehoeften en ontwikkelingsmogelijkheden. Op veel scholen wordt nu ook, naast het Frans, (in) een nationale taal onderwezen.

Nieuw 10-jaren programma

Als vervolg op het PDDEB heeft de overheid een nieuw programma voor de duur van 10 jaar voor de verbetering van het onderwijs opgesteld: het Programme de Développement Strategique de l’Education de Base (PDSEB 2011-2020). Was het PDDEB vooral gericht op het ontwikkelen van het formele basisonderwijs, het PDSEB geeft meer ruimte voor het ontwikkelen van het kleuteronderwijs, het technische en beroepsonderwijs, het voortgezet en hoger onderwijs en de volwasseneneducatie. Voor zowel het formele als het niet formele onderwijssysteem zijn dezelfde aandachtgebieden opgesteld:

  • Verbeteren van de toegang tot onderwijs door:
    • het realiseren van onderwijsvoorzieningen met voldoende faciliteiten (bouwen en inrichten van kleuterscholen, crèches, basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs, beroepsopleidingen, alfabetiseringscentra, hoge scholen; realiseren van faciliteiten als drinkwater, sanitaire voorzieningen, kantine, personeelswoningen, etc. bij de onderwijsvoorzieningen)
    • het opleiden en werven van onderwijspersoneel voor basiseducatie en voortgezet en hoger onderwijs
      voorlichting van scholieren, ouders, beroepskrachten en bedrijven over de mogelijkheden van het onderwijs en de beroepskeuze
  • Verbeteren van de duurzaamheid, de doeltreffendheid en de kwaliteit van het onderwijs door:
    • het aanpassen van de lesprogramma’s in de nationale talen
    • opleiden en bijscholen van onderwijspersoneel
    • het verwerven van leermiddelen en ondersteunend lesmateriaal
    • verbeteren van de pedagogische benadering
    • waardering van de verworven kennis met erkende certificaten
    • bevorderen van hygiëne en bestrijden van ondervoeding en HIV/AIDS
    • bevorderen van de doorstroom tussen de verschillende opleidingsniveaus en de doorstoom en schakeling tussen het formele en niet formele onderwijssysteem
    • inzetten van moderne informatie en communicatiemiddelen
    • werven en opleiden van personeel voor leidinggevende en bestuurlijke functies in de basiseducatie en het voortgezet en hoger onderwijs
    • versterken van de competenties van onderwijzend, onderwijsondersteunend en administratief personeel en management
    • versterken van inspectie en controlemechanismen om de kwaliteit te waarborgen
    • vergroten van maatschappelijk draagvlak en partnerschap voor het onderwijs
  • Verbeteren van de aansturing van het onderwijs door :
    • werven en opleiden van personeel voor leidinggevende en bestuurlijke functies in de basiseducatie en het voortgezet en hoger onderwijs
    • versterken van de competenties van onderwijzend, onderwijsondersteunend en administratief personeel en management
    • versterken van inspectie en controlemechanismen om de kwaliteit te waarborgen
    • vergroten van maatschappelijk draagvlak en partnerschap voor het onderwijs

De nationale onderwijsprogramma’s maken deel uit van veel bredere programma’s om de armoede in Burkina te bestrijden. Net zo goed als het PDDEB was ingebed in het CSLP (Cadre Stratégique de Lutte contre le pauvreté / Stragegisch kader voor de strijd tegen de armoede) is het PDSEB ingebed in het SCADD (Stratégie de Croissance Accélérée et de Développement Durable / Strategie van versnelde groei en duurzame ontwikkeling).